Hof Leeuwarden 20 april 2009 (art. 54a Sr.), LJN BI1643 en BI1645
Hoger beroep van Rechtbank Assen 22 juli 2008, LJN BD8451, Tijdschrift voor Internetrecht 2008/5, nr. 76
De rechtbank heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, omdat aan verdachte, als tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent als bedoeld in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht, een beroep op een uit dit artikel voortvloeiende vervolgingsuitsluitingsgrond is onthouden, nu de officier van justitie verdachte een bevel ex artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht heeft gegeven terwijl daaraan geen machtiging van de rechter-commissaris ten grondslag lag.
De werking van artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht - met daarin opgenomen een geclausuleerde vrijstelling van aansprakelijkheid van de dienstverlener - is uitdrukkelijk beperkt tot deze drie vormen van betrokkenheid van de dienstverlener (mere conduit, caching en hosting). Het verwijt - en met name de aard van de betrokkenheid - dat verdachte in het primair ten laste gelegde wordt gemaakt, te weten plegen/medeplegen aan smaad(schrift) dan wel laster, valt naar het oordeel het hof buiten de in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht beoogde begrenzing.
Hoger beroep van Rechtbank Assen 22 juli 2008, LJN BD8451, Tijdschrift voor Internetrecht 2008/5, nr. 76
De rechtbank heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, omdat aan verdachte, als tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent als bedoeld in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht, een beroep op een uit dit artikel voortvloeiende vervolgingsuitsluitingsgrond is onthouden, nu de officier van justitie verdachte een bevel ex artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht heeft gegeven terwijl daaraan geen machtiging van de rechter-commissaris ten grondslag lag.
De werking van artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht - met daarin opgenomen een geclausuleerde vrijstelling van aansprakelijkheid van de dienstverlener - is uitdrukkelijk beperkt tot deze drie vormen van betrokkenheid van de dienstverlener (mere conduit, caching en hosting). Het verwijt - en met name de aard van de betrokkenheid - dat verdachte in het primair ten laste gelegde wordt gemaakt, te weten plegen/medeplegen aan smaad(schrift) dan wel laster, valt naar het oordeel het hof buiten de in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht beoogde begrenzing.